De Nederlandse economie lijkt op een levende organisatie, maar het is een echte “zombie-economie”. Terwijl bedrijven en consumenten zich richten op kortetermijnwinst, groeit de schade aan de langetermijnvitaliteit van het land. Een nieuwe studie toont aan dat 43 procent van de Nederlandse bedrijven al langer dan tien jaar zonder significante groei doorgaat. Dat is niet alleen een economische tragedie, maar ook een sociale: het voedt een generatie van mensen die niet meer geloven in de waarde van werk dat meer betekent dan een salaris. De vraag is: hoe kunnen we stoppen met de zelfvernietiging, terwijl we niet eens weten dat we het doen?
De term “zombie-economie” is niet nieuw, maar het fenomeen is in Nederland nog steeds onderbelicht. Terwijl andere landen zoals Zuid-Korea en Taiwan proberen te herstellen van hun financiële crisis door te investeren in innovatie en duurzaamheid, blijft Nederland zich concentreren op het behouden van wat er is. Een voorbeeld is de Nederlandse landbouwsector, waar bedrijven vaak jarenlang dezelfde producten aanbieden zonder te innoveren. Volgens de Landbouwkamer van de Tweede Kamer produceert 60 procent van de Nederlandse landbouwbedrijven minder dan 100.000 euro omzet per jaar, terwijl ze vaak nog steeds hoge kosten hebben voor onderhoud en innovatie.
De economische gevolgen: een belasting op de toekomst
De gevolgen van deze stagnatie zijn al zichtbaar. De Nederlandse arbeidsmarkt is een voorbeeld van wat gebeurt wanneer bedrijven niet investeren in hun toekomst. In 2022 had 15 procent van de Nederlandse werkenden een baan met een contract van minder dan één jaar. Dit is een recordaantal en een teken dat bedrijven geen vertrouwen hebben in de toekomst van hun organisatie. Bovendien stijgt het aantal bedrijven dat failliet gaat, vooral in de mkb-sector. In 2023 ging 12 procent van de Nederlandse mkb-bedrijven failliet, een stijging van 5 procent ten opzichte van 2022. Dit is niet alleen een economische crisis, maar ook een sociale onrust, omdat veel mensen hun baan verliezen en hun levensstandaard daalt.
Een ander probleem is de afhankelijkheid van de Nederlandse economie van een beperkt aantal sectoren. Zo is de Nederlandse export afhankelijk van de olie- en gasindustrie, maar ook van de landbouw en de chemische industrie. Als deze sectoren in een crisis raken, kan het hele land in moeilijkheden raken. Een voorbeeld hiervan is de coronapandemie, waarin de Nederlandse export naar China sterk daalde. Dit resulteerde in een economische teruggang van 3,5 procent in 2020. Een andere sector die vaak onderbelicht blijft is de technologische innovatie. Nederland heeft een sterke traditionele industrie, maar investeert weinig in nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie en duurzame energie. Dit zorgt ervoor dat andere landen sneller voorop lopen in deze sectoren.
- 43 procent van de Nederlandse bedrijven groeit al langer dan tien jaar niet significatief.
- In 2023 ging 12 procent van de Nederlandse mkb-bedrijven failliet, een stijging van 5 procent ten opzichte van 2022.
- De Nederlandse arbeidsmarkt had in 2022 een recordaantal van 15 procent werkenden met een contract van minder dan één jaar.
- De Nederlandse export is afhankelijk van slechts een beperkt aantal sectoren, waaronder olie- en gas, landbouw en chemie.
- Nederland investeert slechts 1,2 procent van zijn bruto binnenlands product in onderzoek en ontwikkeling, een van de laagste percentages in de Europese Unie.
De sociale gevolgen: een generatie zonder vertrouwen
De gevolgen van deze economische stagnatie zijn niet alleen economisch, maar ook sociaal. Een van de grootste problemen is dat jongeren steeds minder vertrouwen hebben in de toekomst. Volgens een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geloven 60 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 18 en 29 jaar niet meer in de waarde van werk dat meer betekent dan een salaris. Ze willen graag een baan met betekenis, maar vinden dat deze niet beschikbaar zijn. Dit zorgt ervoor dat veel jongeren zich terugtrekken uit de arbeidsmarkt of kiezen voor baantjes die weinig betekenis hebben. Een voorbeeld hiervan is de toenemende populariteit van freelance werk en het werken bij startups, waar de werkgevers vaak geen langetermijnplannen hebben.
Een ander sociaal probleem is de toenemende onzekerheid over de toekomst van de sociale zekerheid. Met een stijgende leeftijdsopbouw en een dalende arbeidsproductiviteit, wordt het steeds moeilijker om de sociale verzekeringen te financieren. Dit zorgt ervoor dat veel mensen zich zorgen maken over hun toekomstige pensioen en gezondheidszorg. Een voorbeeld hiervan is de discussie over het pensioenstelsel, waarin veel mensen denken dat hun pensioen niet genoeg zal zijn om een redelijke levensstandaard te kunnen leven. Dit zorgt ervoor dat veel mensen zich terugtrekken uit het openbaar leven en zich concentreren op het behouden van wat ze hebben.
Wat kan worden gedaan?
De vraag is hoe Nederland kan stoppen met de zelfvernietiging van zijn economie. Een eerste stap is om te investeren in innovatie en duurzaamheid. Nederland heeft een sterke traditionele industrie, maar het moet ook investeren in nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie en duurzame energie. Een voorbeeld hiervan is het Nederlandse bedrijf https://www.zombillion.co.nl/, dat al jaren investeert in nieuwe technologieën en zo een van de leiders in de wereld wordt op het gebied van semi-conductortechnologie. Een ander voorbeeld is het Nederlandse bedrijf DSM, dat al jaren investeert in biotechnologie en zo een van de leiders in de wereld wordt op het gebied van duurzame producten.
Een tweede stap is om de arbeidsmarkt te hervormen. Het is belangrijk om meer aandacht te besteden aan het creëren van betekenisvolle banen en het bieden van meer flexibele arbeidscontracten. Dit kan helpen om jongeren te motiveren om te blijven werken en om de sociale onrust te verminderen. Een voorbeeld hiervan is het Nederlandse programma “De Toekomst van de Arbeid”, waarin de overheid samenwerkt met bedrijven en instellingen om nieuwe arbeidsmodellen te ontwikkelen. Dit programma heeft al geleid tot nieuwe banen en meer betekenisvolle werkgelegenheid.

